Agenda 2019-2020

In 2019-2020 richt het BOA-Platform zich op de onderstaande punten (in willekeurige volgorde). Binnen de werkgroepen worden de onderwerpen besproken en worden er antwoorden gezocht op vragen als: 

  • Hoe is het nu geregeld?
  • En wat kunnen we daar als platform aan bijdragen? Welke activiteiten willen we ontplooien?
  • Wat is het tijdspad dat we eraan verbinden?
  • Wie pakt het op? Wie is de trekker?
  • Welke positie nemen we in? Wat is dan onze strategie? Stevige advisering of juist allertering?

1. BOA’s en verdachtenverhoor

Door recente wijzigingen van het Wetboek van Strafvordering heeft iedere BOA te maken gekregen met strengere eisen aan het verdachtenverhoor: meer verplichtingen ten aanzien van de vastlegging in het proces-verbaal, meer rechten voor de verdachte en de actieve deelname van een raadsman aan het verdachtenverhoor. De huidige BOA-opleidingen (exameneisen) matchen hierdoor niet meer met de praktijk. BOA’s dienen beter getraind te worden in het afnemen van een verhoor.

Daarnaast maken weinig BOA’s nog gebruik van het recht op een raadsman bij het verhoor. Dit kan komen doordat de werkdruk voor BOA’s te hoog is om de kennis van verhoren up-to-date te houden. Verhoren gebeuren nu dus te weinig om de kennis op het juiste niveau te houden. Bovendien weten BOA’s niet altijd wat hun rechten en plichten zijn.

2. BOA’s en geweldsbevoegdheid

Het toekennen van de geweldsbevoegdheid aan BOA’s is voor veel gemeenten een vraagstuk, voor andere gemeenten juist weer een uitgemaakte zaak. De gemeenten die het als vanzelfsprekend zien, lopen tegen een aantal zaken aan. Toezichthouders ervaren bijvoorbeeld willekeur bij verlengingsaanvragen. Zo worden geweldsmiddelen teruggeschroefd met als reden dat deze in de voorliggende periode niet zijn toegepast. Waarom wordt er niet gekeken naar de noodzaak gebaseerd op de taakstelling in plaats van naar het gebruik?

3. Portoverkeer / gebruik C2000

In de samenwerking tussen de politie en BOA’s is het gebruik van porto’s nog geen vanzelfsprekendheid. En als er wel gebruik van wordt gemaakt, is het nog maar de vraag of politie en BOA’s elkaar voldoende weten te vinden via het C2000-netwerk. Het zou prettig zijn als BOA’s en politie deelnemer zijn aan dezelfde gespreksgroep op het netwerk. Bij opschaling van ‘leefbaarheid’ naar ‘openbare orde’ is dit van groot belang, zodat de BOA backing krijgt. Bovendien kan op een noodmelding als PRIO1 snel worden doorgepakt. Kortom: iedere BOA op C2000!

4. Gegevensuitwisseling tussen BOA en politie

Los van elkaar weten de BOA en de politie (met name de wijkagent) vaak goed wat er leeft en speelt in de wijk. Het is belangrijk om deze informatie met elkaar uit te wisselen. Het gaat dan ook om het uitwisselen van privacygegevens. Om dit goed te regelen, is het opstellen van een convenant noodzakelijk. In Amsterdam zijn daar bijvoorbeeld goede ervaringen mee. Tijdens het BOA Event is geopperd om hier ook op landelijk niveau afspraken over te maken.

5. Samenwerking tussen BOA en politie

Samenwerken is kennen en gekend worden. Dat zorgt voor vertrouwen. Tijdens het BOA Event kwam naar voren dat er te weinig erkenning voor de BOA’s is en dat politieagenten vaak niet doorhebben wat zij allemaal doen. Hierdoor zou er een cultuur kunnen ontstaan dat de politie de BOA’s te min vinden (imagoprobleem), wat de samenwerking niet ten goede komt. Juist als er geopereerd wordt op het snijvlak van ‘leefbaarheid’ en ‘openbare orde’ is die samenwerking cruciaal. Er zijn voorbeelden bekend waarbij de samenwerking erg goed gaat, maar hoe zit het in de rest van het land? Met nieuwe fenomenen als ondermijning is samenwerking noodzakelijk waarbij werkwijzen op elkaar zijn afgestemd.

6. Samenwerking domein 1 en 4

Ook tussen domeinen is samenwerking niet altijd vanzelfsprekend, zoals tussen BOA’s in domein 1 en 4. Het blijkt dat deze BOA’s elkaar nog onvoldoende kennen, bijvoorbeeld als het gaat om de bevoegdheden. Ook wanneer er back-up nodig is, wordt niet altijd de hulp van de ander ingeschakeld.

Een ander voorbeeld: van OV-BOA’s wordt verwacht dat ze ook personen kunnen aanspreken in de omgeving van stations, hoewel dit niet hun werkterrein is. Samenwerking met gemeentelijke handhavers is dan van toegevoegde waarde. De gemeente Almere heeft een convenant opgesteld met de NS waarin de samenwerking tussen gemeentelijke handhavers en OV-BOA’s geborgd is. De lessons learned kunnen elders gebruikt worden.

7. Naar een landelijk uniform

Er is geen landelijk beleid voor het uniform van de BOA, waardoor nog niet iedereen hetzelfde uniform heeft. Dat zorgt voor minder uniformiteit in uitstraling. Dit moet er wel komen. Aan de andere kant is het een voordeel dat gemeenten het uniform kunnen toespitsen op de middelen die nodig zijn voor hun gebied. Het nadeel hiervan is echter dat BOA’s die bij meerdere gemeenten werken op verschillende dagen verschillende uitrustingen hebben.

8. Privacywetgeving

De AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) is sinds 25 mei 2018 een feit. Wat betekent dat voor werkgevers (als verwerkverantwoordelijke) en de BOA (als invoerder)? Werkgevers zijn vaak onvoldoende op de hoogte van de nieuwe wetgeving en de gevolgen daarvan. Waar moet je als BOA nu rekening mee houden? Wat kun je wel of niet delen met je werkgever, je mede-BOA’s en organisaties als de politie?

9. Lokale verschillen in handhaving Drank- en Horeacwet t.a.v. ‘blurring’

Door lokale invulling van handhaving van de DHW ontstaan er tussen en binnen gemeenten grote verschillen. Blurring - alcoholverkoop in detailhandel zonder vergunning - is hier zo’n voorbeeld van. Blurring mag niet volgens wet, maar wordt gedoogd door gemeenten. Dit zorgt voor onduidelijkheid en een lastige positie bij veel BOA's en bemoeilijkt de handhaving. Het zou goed zijn als het ministerie van VWS (en JenV) een standpunt innemen over lokale verschillen in handhaving DHW en blurring in het bijzonder.

10. Het screenen van een BOA

BOA’s worden van tevoren gescreend en moeten een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aanleveren. Daarna worden ze slechts eenmaal per vier jaar tegen het licht gehouden. Wat nu als een BOA in de tussentijd het een en ander op zijn of haar kerfstok heeft. Is continue screening dan niet beter?

11. Stageplaatsen voor BOA’s in opleiding

Het HTV Expertisecentrum van het ROC Midden Nederland en MBO Amersfoort leidt gemeentelijke handhavers op. Deze opleiding duurt drie jaar, waarbij stage wordt gelopen voor de duur van vijf weken bij een zelfgekozen gemeente. Er is echter een groot tekort aan stages waar studenten 1 op 1 met een ervaren BOA mee kunnen lopen. Dit wordt ook door andere opleiders zo ervaren. Het platform wil zich inzetten om meer stageplaatsen voor studenten te creëren.

12. Opstellen van een proces-verbaal

Een goed proces-verbaal (pv) staat of valt bij het goed verwoorden van de 'redenen van wetenschap': een goed pv daar vang je boeven mee. Wat maakt nu dat een proces-verbaal overeind blijft in een bezwaarprocedure of de rechtbank? Als een pv onjuist of niet duidelijk is, kunnen hier consequenties aan hangen. Door wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering en de komst van de Wet natuurbescherming worden er bovendien strengere eisen aan gesteld. Blijvend inzetten op het verbeteren van de kwaliteit van pv’s is daarom van belang.