Als eerste: wat doet de SBB eigenlijk?

Jack Grummer: “In opdracht van het Ministerie van OCW verzorgen we de kwalificatiestructuur voor het mbo. We beschrijven het ‘wat’ van een beroep.
Ten tweede doen we onderzoek naar: wat is kans dat iemand met de beroepsopleiding aan de slag kan. Zowel tijdens de stage als daarna. Hiermee willen wij de ouders en studenten een zo reëel mogelijk beeld geven op de kans op werk en stage tijdens de opleiding.
De derde taak is dat wij ons ervoor inzetten dat mensen een goede stageplaats krijgen met uitzicht op een baan. Wij bezoeken dagelijks leerbedrijven en proberen deze te ondersteunen.”

Wat is de rol van Vakbond BOA ACP bij de SBB?

JG:
“Binnen SBB zijn er negen sectorkamers, die bestaan uit vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en onderwijs. Iedere sectorkamer houdt zich bezig met een bepaald beroepenveld. Richard Gerrits is lid en vicevoorzitter van de sectorkamer zakelijke dienstverlening en veiligheid. Per sectorkamer kennen we dan een of meerdere marktsegmenten. In het marktsegment veiligheid heeft Richard een plek vanuit zijn deskundigheid voor het beroep handhaver/boa. Er zitten, naast mensen van het onderwijs, bijvoorbeeld ook mensen van NS in van defensie en ook particuliere beveiliging.”

Richard Gerrits: “Ik vertegenwoordig de boa’s omdat ik inzicht heb vanuit zowel de kant van de medewerkers als van de werkgevers. Van daaruit kijken we naar de veiligheidssector, die bestaat uit defensie, politie, boa en beveiliging. Ik kijk daarnaar vanuit de scope ‘hoe maken we dit toekomstbestendig’. Daarmee bedoel ik: hoe behouden we de mensen die hier werken vanaf de stage tot aan het pensioen. Wat is er nodig om het voor mensen makkelijker te maken in deze sector te blijven werken. En als actueel thema: hoe zorgen we voor genoeg stageplekken.”

Wat is het probleem met stages?

JG:
“Op dit moment komen we voor de hele veiligheidssector ruim vijfhonderd stageplaatsen tekort, mede door de situatie rondom corona. We hebben extra geld gekregen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de komende twee jaar nog meer inspanningen te gaan doen, om dit tekort op te lossen.”

RG:
“Sinds maart wordt er een groot beroep gedaan op de handhavingsorganisaties. Er is geen moment van verslapping geweest bij het handhaven van de coronaregels, waardoor de reguliere taken blijven liggen. Iedere keer na een persconferentie moet men gaan schakelen. ‘Hoe gaan we hier nu weer mee om?’ Organisaties lopen elke keer achter de feiten aan, moeten zich steeds aanpassen. De eerste barsten in de organisaties zijn te zien, het ziekteverzuim gaat omhoog, medewerkers moeten in quarantaine. Werkgevers ervaren geen ruimte om stagiairs goed te kunnen begeleiden.”

Wat betekent dit voor de toekomst van de beroepsgroep?

RG:
“Als het gaat om het vinden van personeel zie je dat iedereen in dezelfde vijver aan het vissen is. We moeten de handen ineen gaan slaan en hier op een andere manier over nadenken. Bijvoorbeeld door over de hele breedte een basisopleiding veiligheid neer te zetten, zodat mensen zich vanuit daar kunnen ontwikkelen naar een van de pijlers van de veiligheidssector.
En ook door drempels weg te halen die het nu lastig maken om van het ene beroep in die sector naar het andere over te stappen. Bovendien moeten we zorgen dat de kwaliteit van deze opleidingen verbetert. Een hoog ambitieniveau, dus.”

JG:
“Die ambitie is nodig, omdat we zien dat het aantal mensen dat instroomt op de veiligheidsopleidingen op de langere termijn drastisch af gaat nemen terwijl het aantal vacatures gigantisch toeneemt. We moeten uit de negatieve spiraal zien te komen, die dus breder is dan alleen het tekort aan stageplaatsen.
Want bij de politie gaan de komende jaren 17.000 mensen weg wegens pensioen. En defensie heeft een tekort van 9500 mensen. Dat legt behoorlijke druk op die markt en dat is ook een van de redenen waarom samenwerking op alle fronten geboden is.”

Is er voor werkgevers een verplichting om te werken met stagiairs?

RG:
“Nee, het is niet verplicht met stagiairs te werken, maar wel slim om het te doen. Want stagiairs blijven vaak behouden voor de organisatie, wat heel prettig kan zijn als je kijkt naar de krapte op de arbeidsmarkt. Er is ook veel vergrijzing, dus het is gewenst om ook jongeren in dienst te nemen. Daarbij vind ik dat het werken met stagairs ook valt onder goed werkgeverschap.”

JG:
“Bovendien is een werkgever wel een verplichting aangegaan als die ervoor heeft gekozen een erkend leerbedrijf te zijn. Dat is ook in wetgeving verankerd: als je met stagiairs werkt, zorg je ervoor dat een student goed, veilig en met goede begeleiding wordt opgeleid. Door te zeggen ‘ik wil niet meer’, of ‘ik heb er geen tijd voor’ verlies je kennis, kunde en ervaring in je organisatie. En moet je straks weer helemaal opnieuw beginnen. Praktijkopleiders moeten bijvoorbeeld opnieuw geschoold worden. Dat is het kind met het badwater weggooien.

Verder is het zo dat bij te weinig instroom van jongeren, handhavingsorganisaties de grip en het contact met de jeugd verliezen. Handhaving van het vuurwerkverbod kun je dan bijvoorbeeld wel op je buik schrijven.”

Wat doet SBB concreet aan het tekort aan stageplaatsen?

JG:
“We luisteren naar de werkgevers om er achter te komen waar de hulpvraag nou echt zit. Aan de hand daarvan hebben we een lijst met aanbevelingen opgesteld. Vaak is het een kwestie van omdenken.

Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken waarbij je toch zeer zinvolle stages kunt creëren voor handhavers die nog niet boa basisbekwaam zijn. Bijvoorbeeld door koppels informatie te laten ophalen in de openbare ruimte, zonder dat ze burgers op hun gedrag gaan aanspreken. Op basis van die informatie kan de handhavingsorganisatie de beperkte capaciteit veel slimmer, directer en misschien ook wel goedkoper inzetten.

Zijn stagiairs wat verder in de studie, dan kan je ze als gemeente aanwijzen als toezichthouder. En zijn ze al basisbekwaam, maar nog niet helemaal klaar met de opleiding, dan kun je ze laten beëdigen als boa. Studenten moeten 13 weken stage hebben gelopen en kunnen dan volwaardig meedoen tijdens de laatste loodjes van de opleiding. Dit doen ze bijvoorbeeld al bij de KMAR.

Ik zou een oproep willen doen aan werkgevers: laat ons weten welke extra ondersteuning er nodig is om toch de HTV studenten stage te laten lopen. En probeer in kansen te denken die je voor je eigen organisatie creëert of behoud door met stagiairs te werken.”

Bron: BOA ACP